Strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen in België: het risico voor de vennootschap
Strafrecht · 22 januari 2026
Een vennootschap is niet beschermd tegen strafvervolging omdat zij via natuurlijke personen handelt. Het Belgische recht erkent een eigen strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen. Een onderzoek kan dus tegelijk gericht zijn tegen de onderneming, haar organen en bepaalde medewerkers. De eerste vraag is niet uitsluitend wie een handeling feitelijk heeft verricht, maar hoe de feiten aan ieder afzonderlijk kunnen worden toegerekend. Een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid vormt noch strafrechtelijke immuniteit, noch bewijs van schuld, en vervangt het onderzoek naar de concrete feiten niet.
De wettelijke verwijzing moet aansluiten bij het toepasselijke recht. Artikel 5 van het oude Strafwetboek regelt deze aansprakelijkheid; artikel 18 van het nieuwe boek I neemt het beginsel over. De datum van de feiten, de inwerkingtreding en een eventueel mildere strafwet moeten worden gecontroleerd voordat een bepaling of straf wordt aangehaald. Een procedure die vandaag wordt gestart, kan oudere feiten betreffen. Iedere zaak onder één artikelnummer voorstellen zonder overgangsregels te onderzoeken zou daarom een onvolledig beeld van het juridische kader geven.
Het stelsel betreft onder meer misdrijven die intrinsiek samenhangen met de verwezenlijking van het doel of de behartiging van de belangen van de rechtspersoon, of waarvan de feiten aantonen dat zij voor zijn rekening zijn gepleegd. Het volstaat niet dat een werknemer tot de onderneming behoort. De bestanddelen van het misdrijf en de voorwaarden voor toerekening moeten worden bewezen. Orgaanbeslissingen, instructies, delegaties en daadwerkelijk gevolgde praktijken dragen bij aan die beoordeling. Schriftelijke procedures alleen vertellen niet hoe de onderneming werkelijk heeft gehandeld.
De aansprakelijkheid van de rechtspersoon sluit die van natuurlijke personen die dezelfde feiten hebben gepleegd of eraan hebben deelgenomen niet uit. Samenlopende aansprakelijkheid is mogelijk en moet individueel worden beoordeeld. Een bestuurder is niet automatisch schuldig wegens zijn functie. Omgekeerd sluit een beroep op delegatie niet noodzakelijk iedere aansprakelijkheid uit. De werkelijk toegekende bevoegdheden, beschikbare informatie, genomen beslissingen en het vereiste morele bestanddeel moeten worden onderzocht. De vennootschap en haar bestuurder kunnen daardoor uiteenlopende verdedigingslijnen nodig hebben, zelfs wanneer zij aanvankelijk dezelfde uitleg geven.
De risico’s beperken zich niet tot een geldboete. Afhankelijk van het toepasselijke recht en de wettelijke voorwaarden kunnen verbeurdverklaring en andere sancties voor de activiteit, vestiging of rechtspersoon aan de orde zijn. Het nieuwe Strafwetboek bevat een eigen straffenstelsel voor rechtspersonen, te lezen samen met de gekozen kwalificatie. Bewarende maatregelen en beslag kunnen de liquiditeit al vóór een uitspraak beïnvloeden. Gevolgen voor vergunningen, overeenkomsten en bancaire relaties volgen uit afzonderlijke regels en mogen niet zonder meer als automatisch worden voorgesteld.
De verdediging vereist dat belangenconflicten vroeg worden behandeld. Wanneer de rechtspersoon en zijn bevoegde vertegenwoordiger voor dezelfde of samenhangende feiten worden vervolgd, voorziet artikel 2bis van het Wetboek van Strafvordering onder zijn voorwaarden in de aanwijzing van een lasthebber ad hoc. Dat staat los van de keuze voor afzonderlijke advocaten. Bewaar stukken, organiseer toegang tot het dossier en voorkom dat intern onderzoek bewijs vernietigt of werknemers een gemeenschappelijke lezing oplegt. Vertrouwelijkheid en individuele rechten blijven van belang, ook wanneer de onderneming snel duidelijkheid wil krijgen.
Een minnelijke schikking kan volgens artikel 216bis worden onderzocht, zonder dat zij een verworven recht of passende oplossing voor ieder dossier is. Voorwaarden, schadebehandeling en eventuele rechterlijke controle worden vóór akkoord beoordeeld. Preventie steunt vervolgens op werkelijke delegaties, opgevolgde meldingen en gedocumenteerde controles. Een compliancebeleid wist een bewezen misdrijf niet uit. De juridische analyse verbindt strafrecht, bestuur, fiscaliteit en compliance om de risico’s van de vennootschap te onderscheiden van die van haar bestuurders en de verdere beslissingen zorgvuldig te onderbouwen.